0

Ik moet wel vaker op mijn tanden bijten. Om niet ongepast luid te beginnen schaterlachen, omdat ik besef dat mijn mening geen meerwaarde vormt, of omdat mijn overenthousiasme al wel een keer fout geïnterpreteerd werd. In het meest recente geval doe ik tegenwordig een gooi naar het wereldrecord zelfbeheersing wanneer ik een hele snelle overgang moet maken van “Hahahaha, wat grappig!” naar “Oh nee, hij meent het echt?!” Gelukkig ben ik meestal nog op tijd en kan ik mijn antwoord beperken tot geluidloos instemmen.

"We slapen intussen al meer dan zes maanden onder ons gloednieuwe dak, maar een gevel… die is er nog steeds niet"

Het thema waarin me dit het laatste half jaar wel vaker overkomt is de gevel van ons huis.  Een vrij neutraal onderwerp, zo zou ik ook aannemen. Maar in ons geval een waar toch al eens de nodige misverstanden over ontstaan. We slapen intussen al meer dan zes maanden onder ons gloednieuwe dak, maar een gevel… die is er nog steeds niet. De reden daarvoor is eenvoudig en allesoverheersend; we zitten zonder geld. Nu zou je denken dat dat mensen na het investeren in vloeren, ramen, sanitair en een reeks esthetisch essentiële theelichthouders nog al wel eens vaker overkomt. Maar kennelijk zijn wij uniek - bestaan er geen andere naïevelingen die na 80% van het bouwproces plots op een rekenfout of vijfentwintig stootten…

Wat we in gedachten hadden was de look van een herenhuis. Maar omdat mijn man en ik over een indrukwekkend talent beschikken om steevast de meest onmogelijke of duurste opties uit te kiezen – de combinatie van beide komt ook zeer vaak voor – verloopt in ons leven niet alles zomaar volgens het “Rozengeur, maneschijn en let’s make a baby” principe. Een gemiddeld proces loopt hier toch wat moeizamer. Maar is ook wel erg lonend aan het eind. Dat wel.

"In ons leven verloopt niet alles zomaar volgens het “Rozengeur, maneschijn en let’s make a baby” principe"

De actuele status is als volgt; een gevel in de snelbouwsteen, tussen de witte ramen volgens regelmaat een hoop elektriciteitsdraden die op een statige bronzen lantaarn wachten – waarvan yours truly uiteraard al negen stuks had aangekocht lang voor de graafwerken gestart waren (een mens moet zijn prioriteiten kennen) - en aan de rechterkant een dubbele deur in RALkleur 5007, A.K.A. briljantblauw.

Het eerste moment met een gouden randje kwam er toen we de vraag kregen wanneer onze voorlopige voordeur nu eindelijk zou vervangen worden. Dat de knalblauwe deur onze definitieve versie was en dus niet hetzelfde verfbad had gekregen als onze ramen, dat kon op weinig begrip rekenen. Hoogtepunt nummer 2 was dezelfde vraag, van een ander creatief echtpaar met goede smaak. In het kielzog van zilver en brons kwam goud; “Dus die blauwe deur, die blijft er? Wat een originele combinatie met de rode gevelsteen!” Op zo’n momenten zou een mens van tanden bijten met gemak een Olympische discipline kunnen maken.  En alsof een mens dan nog niet genoeg mentaal is uitgedaagd, belt gemiddeld de derde koerier van de week aan met “Het gaat precies niet vooruit met uwe gevel, hè juffrouw!” Ik ga jullie de antwoorden die ik op dat moment uit mijn mouw zou kunnen schudden besparen, alsook de niet zo complimenteuze woorden die volgens mij op dat moment van toepassing zijn.

"Wij hebben dus voor de look van een Parijs huis gekozen, ingevuld met alles wat eclectisch is – jawel, dat ene eufemisme voor een bij elkaar geraapt zootje"

Mijn lieve Vincent en ik, wij hebben dus voor de look van een Parijs huis gekozen, ingevuld met alles wat eclectisch is – jawel, dat ene eufemisme voor een bij elkaar geraapt zootje gekleurde kussens, tweedehands kroonluchters en glaswerk dat je van de bomma overneemt. Maar omdat we dus ook over dat voorheen al vernoemde talent beschikken voor het steevast uitkiezen van alles wat we niet kunnen betalen, kost het realiseren van ons droomhuis niet alleen pakken meer geld, maar ook pakken meer tijd. Nu ben ik sowieso al vrij intolerant voor de heersende trend om er allemaal hetzelfde uit te zien. En daarbij ook in dezelfde huizen te gaan wonen. 

Persoonlijk moedig ik het dus ook heel erg aan als mensen doorzetten en zonder vijf jaar lang levensbehoeften op te geven toch voor hun unieke stijl besluiten te gaan. De gevel die komt er wel, beste buurtbewoners en koeriers. En ja, ik reken Gucci loafers en Saint Laurent tassen nog steeds tot de categorie levensbehoeften. Geef ons dus gewoon wat tijd! 

Reageer op dit artikel
Valerie Brems

Door Valerie Brems op

Lees meer artikelen van Valerie

Read next…

Reacties