0

“Mijn ouders zijn ook lief, maar daarom ga ik nog niet recht tegenover hen wonen.”.  Ik ken ze intussen wel, de met twijfel overtrokken gezichten boven een vrijdagse gin & tonic. De verontwaardigde blikken vragen meestal ook om extra bevestiging met bijhorende klemtonen; “Echt récht er tegenover?” Mijn man en ik, wij deden het. We gingen recht tegenover mijn ouders wonen. “Vergeet ik mijn handrem vanavond dan staat mijn wagen morgenochtend op hun oprit.”, zo voegt mijn man graag toe. Want zo’n situatieschets lijkt het extreme karakter van onze vrijwillige verhuizing nog extra kracht bij te zetten.

"Toch lijkt verrassend vaak te worden aangenomen dat wij niet uit eigen beweging besloten hebben om op deze plaats een huis te bouwen"

Vrijwillig ja, zo benadruk ik dan weer graag. Want hoewel we allebei onze dertigste verjaardag al lang geleden gevierd hebben en ons beroepsmatig dagelijks moeten bewijzen als zelfstandige, toch lijkt verrassend vaak te worden aangenomen dat wij niet uit eigen beweging besloten hebben om op deze plaats een huis te bouwen. Er wordt al wel eens een stoel dichter geschoven, de stem gaat wat zachter en vaak is het ook een plus als een van ons de kamer verlaat, dan wordt de langverwachte vraag nog eens een tweede of misschien zelfs derde maal op tafel gelegd; “Maar zeg nu eens héél eerlijk, wilden jullie écht graag recht tegenover jullie (schoon)ouders gaan wonen?”. Alsof we plots onze kans schoon zouden zien om de schokkende maar ware toedracht te openbaren. Toegegeven, ik zou de grenzeloze creativiteit om ons allerlei te ontfutselen soms graag willen belonen, maar om daarom een verhaal op te hangen over hoe we slachtoffer zouden zijn geworden van een vuile chantagestreek, dat is me misschien toch een stap te ver.

Hoewel je je naarmate je ouder wordt meer en meer onder gelijkgestemden bevindt – je trekt naar vrienden toe met dezelfde interesses, mensen die heel gelijkaardig in het leven staan – lijkt de band met familie toch nog vaak op een verrassende manier uit de hoek te komen als gespreksonderwerp. Sinds onze bouwplannen twee jaar geleden blijft het me verbazen hoe anderen een huis tegenover dat van je ouders als een dieprood kruis door iedere vorm van privacy zien. Als we het been stijf houden en onze beslissing enthousiast blijven applaudisseren, dan worden zelfs de grote middelen ingezet, beter bekend als spreekwoorden en zegswijzen. Want die belichamen altijd het perfect waterdichte argument. Alle variaties op “De schoorsteen van je familie moet je niet zien roken” zijn intussen al de revue gepasseerd. Die is meteen ook goed voor de op een na meest gehoorde uitdrukking. De gouden medaille werd al enige tijd geleden opgeëist door “Nieuwe huizen, nieuwe muizen.” Deze laatste wordt veelvuldig ingeschakeld als mijn man en ik niet gedetailleerd genoeg blijken in te gaan op vragen over potentiële kinderkamers. Bij “Je weet wat ze zeggen hè!” hoort steeds een veelzeggende knipoog die haast tegelijkertijd mijn wenkbrauwen gevoelig de hoogte in brengt. En ook al hebben we beide uitspraken al makkelijk twintig keer gehoord, wat mij betreft wennen ze niet!

"Een thuis is voor mij een veilige haven, een plek waar ik me samen met mijn lief kan opkrullen in de zetel en waar je altijd van elkaar blijft houden ook al laat je niet iedere dag de beste versie van jezelf zien"

Nu goed, mijn mening is verre van de maat en niets is persoonlijker dan je huis. Een thuis is voor mij een veilige haven, een plek waar ik me samen met mijn lief kan opkrullen in de zetel en waar je altijd van elkaar blijft houden ook al laat je niet iedere dag de beste versie van jezelf zien. Maar het is ook de plek waar etentjes met vrienden tot de vroege uurtjes kunnen uitlopen en onze familie immer en altijd welkom is.

We wonen er nu een paar maanden, drie om precies te zijn. De eerste weken kampeerden we zonder aansluiting op de riolering. Dat we bij mijn ouders aan de overkant gebruik mochten maken van het sanitair, dat maakte alles toch nét ietsje comfortabeler. Toen ik ietwat later een week lang slap van de Ibuprofen op de bank lag maakte de verse kippensoep van mijn mama me ook niet bepaald ongelukkiger. Want in tijden van griep ben je vrijgesteld van volwassen zijn. Mijn ouders vervullen wat mij betreft de ideale rol; ze hebben de weg van de zorg gekozen en ook al halen ze wellicht nooit nog een zwarte gordel in geduld, ze zijn ons altijd zo min mogelijk tot last.

"En als het even kan dan zeg ik nu graag veertig keer achter elkaar “Met stenen bouw je een huis, met liefde bouw je een thuis”"

Nee, het godvergeten Heist op den Berg charmeert ons niet met een eigen schaatsbaan en wekelijkse rommelmarkt en we zijn er ook niet in het meest chique landhuis ingetrokken, omringd door lantaarns en ingeleid door een giga oprijlaan, maar we zijn wel voorzien van een stel uiterst hartelijke overburen. Voor ons heeft deze formule alles om interessant te zijn; een toef zelfstandigheid besprenkeld met een erg precies afgewogen portie geborgenheid. En als het even kan dan zeg ik nu graag veertig keer achter elkaar “Met stenen bouw je een huis, met liefde bouw je een thuis.” Kwestie van op zijn minst toch een uitdrukking bovenaan te zetten die ik de eerste plaats volledig gun.

Reageer op dit artikel
Valerie Brems

Door Valerie Brems op

Lees meer artikelen van Valerie

Read next…

Reacties