0

Amsterdam – Of ik de John’s phone wilde testen. ‘s Werelds meest down to earth mobieltje. Het meest simpele exemplaar ooit in een fabulous jasje. Wat je ermee kunt doen? Niet veel. Maar het allerbelangrijkste kan hij wel: bellen en gebeld worden. Punt.

Vriend L. – pr-man van de John’s phone – vond het ‘echt iets voor mij’. Ik, journalist, 24/7 bezig met mijn Twitter- en Facebook-account, de honderden mails die per dag mijn mailbox binnenstromen (en dan lieg ik niet!), het pingen met vrienden, het Whatzappen met m’n ‘hippe’ vrienden (eerlijk is eerlijk, pingen is echt zo 2010…) en het Ubertwitteren van al het eten wat ik wekelijks tijdens perspresentaties naar binnen prop (heb je mijn diary’s wel eens gecheckt? Het is dat ik een snelle stofwisseling heb). Of ik er niet zat van werd. Nou, ja dus!

Na vijf minuten denktijd kwam ik erachter dat het constant in mijn handen houden van mijn Berry – ja, ik noem mijn mobiel liefkozend ‘Berry’. Dat zegt toch eigenlijk al genoeg hoe belachelijk mijn band met mijn mobiel is – ‘best wel erg is’. Ik check elke minuut van de dag mijn telefoon. Als het lampje rood knippert, dan maakt mijn hart een sprongetje. Tijdens etentjes met vriendlief kan ik het niet laten om ook Berry aan tafel te laten. Het liefst vlakbij mijn hand zodat ik meteen kan kijken wat voor mailtje, tweet, Facebook-berichtjes etc op me wacht. Juist, je kunt zelfs spreken van een ware driehoeksverhouding. En daar moest ik per direct een einde aan maken. Gewoon, om dat het moest.

Daar stond hét ineens voor me: een klein doosje met een telefoon erin. Een unit, dat wel. En rechthoekig. Dat ook. En roze, baby roze. Met twee grappige poppetjes aan de voorkant om de ‘bel’ en ‘opneem’ toets voor te stellen. De John’s phone had meer iets weg van een speelgoedmobieltje. En raad eens waar het adressenboekje zat? Aan de achterkant na het openen van een klepje. Een echt adressenboekje als in ‘een papieren boekje waar je nummers in opschrijft’. Can you believe it?!? Het was alsof in terug in de tijd ging. Naar mijn kinderjaren.

En daar zat ik dan, met Berry in mijn hand. Zijn hartje – lees: de batterij – moest ik er samen met zijn ziel – lees: de simkaart – er uittrekken. Maar deze ware harttransplantatie heeft in totaal weken geduurd. Misschien zelfs een hele maand. Want ik kon het simpelweg niet over mijn hart verkrijgen om Berry levensloos in een kastje achter te laten, zijn ziel voortlevend in een of andere baby roze, rechthoekige, lompe telefoon die eerder iets weg had van een speelgoedmobiel. Dan niet te denken aan al die Twitter- en Facebookberichten, honderden mails, belletjes, pings en Whatsapps te moeten missen. Mijn leven zou één grote chaos zijn.

Bij deze mijn welgemeende excuses aan vriend L. Ik kan het gewoon niet. Nee, ik kan het niet! De John’s phone ligt na weken nog altijd in de kast. Als ‘kunststuk’. Of als mijn neefjes langskomen: als stuk speelgoed. En toen hoorde ik ineens de gouden tip: ‘Wat als je nou op vakantie gaat en op een of ander tropisch eiland zit.’ Juist ja! Dan zit ik toch niet op internet omdat ik anders een torenhoge rekening krijg. En je grote liefde Berry meenemen naar een of ander onbekend land – stel je voor dat hij wordt gestolen – lijkt mij ook geen handig idee. Dus er zit niets anders op dan een ticket zon te boeken om de John’s phone te testen. Alleen zoek ik nog een sponsor. Wie biedt? Alles voor een goede recensie.

Love,

Elisah

Volg Elisah Jacobs ook op Twitter!

www.johnsphones.com

Reageer op dit artikel
Annicvw.com  (ILFN)

Door Annicvw.com (ILFN) op

Lees meer artikelen van Annicvw.com

Read next…

Reacties